Onderbouw

En dan: 6 jaar onderbouw

Op de reguliere basisschool zijn de kleuterklassen verdwenen en wordt begonnen met de vierjarigen in groep 1 en geëindigd met groep 8. Op de vrijeschool maken we nadrukkelijk onderscheid tussen de kleuterklassen en de onderbouw (klas 1 t/m 6). Omdat ons onderwijs aansluit op de behoeften en gesteldheid van het kind, vinden we dit pedagogische onderscheid heel belangrijk. Dit brengen we met de termen ‘kleuterklas’ en ‘klas 1 t/m 6’ tot uitdrukking.

De kleuter leert veel, maar hij mag dat op zijn kleuterwijze doen; hij wordt in geen enkel opzicht als ‘leerling’ benaderd. Voor de 1e klassers geldt dat wel, zij zijn echt leerling geworden. Zij hebben een meester of juf die hen vertelt en vooral laat beleven hoe alles in elkaar zit. Dat is natuurlijk een overgang, maar wel een overgang die praktisch elk kind met vreugde doormaakt. Voorwaarde is, dat de leerstof niet abstract maar beeldend en fantasievol wordt gebracht. Leerstof moet feitelijk leefstof zijn. Voor veel ouders is het onderscheid tussen kleuters en onderbouwleerlingen één van de motieven om voor de vrijeschool te kiezen.

Periodeonderwijs en vaklessen
Elke schooldag begint, na het ritueel van begroeten en ochtendspreuk, met ruim 1,5 uur periodeonderwijs. Daarna volgen de vaklessen.

Wat is periodeonderwijs? Het schoolkind wil door de leerstof innerlijk geraakt worden. Daarom brengt de leerkracht de leerstof heel persoonlijk, door het te integreren met vertelstof, tekenen, schilderen, ritme, beweging en zelfgemaakte sketches of toneel. Woord en beeld werken in op het ontluikende gevoels- en verstandsleven. Het verbinden van de leerstof met beweging werkt stimulerend op de wilskracht. Door nu één vak als taal, rekenen, aardrijkskunde of plantkunde dagelijks gedurende een periode van drie à vier weken te laten terugkomen, krijgt dit vak een goede samenhangende opbouw. Omdat het onderwerp niet versnipperd wordt, verbinden de leerlingen zich er geconcentreerd met hun gevoel mee. Het kind beschrijft, tekent en schildert de periodestof zelf in een periodeschrift, dat na verloop van tijd eigenlijk een zelfgemaakt leerboekje wordt. Voor elke periode wordt een ander schrift gebruikt. Omdat elke periode maar één tot vijf keer per jaar voorkomt, krijgen de kinderen de kans om ‘te vergeten’. Wordt de draad dan later weer opgepakt, dan blijkt er heel wat te zijn gebeurd: de stof is niet vergeten, maar bezonken en meer eigen gemaakt.

Het periodenonderwijs leent zich bij uitstek om de leerlingen kennis te laten maken met nieuwe leerstof. Daarbij is na de klassikale instructie veel aandacht voor individuele verschillen; de leerkracht streeft ernaar dat ieder kind naar de eigen mogelijkheden aan het werk kan gaan.

In de oefenuren worden de vaardigheden herhaald, geoefend en verdiept. Daar is volop ruimte om vaardigheden te automatiseren.

Vertelstof
Aan de hand van de leer- of ontwikkelingsstof verwerft het kind zich bepaalde kennis en vaardigheden. Daar hoort ook de vertelstof bij. Elke klas heeft zijn eigen vertelstof. Het zijn verhalen uit de geschiedenis van de mensheid, die aansluiten bij de ontwikkeling die de kinderen op dat moment doormaken. Ook het jaarlijkse toneelstuk kan hierbij aansluiten en in de periodetijd geoefend worden.

Vaklessen
Andere vakken zoals Engels en Duits, schilderen, muziek, gymnastiek, handenarbeid, handwerken, vormtekenen en euritmie komen elke week op hetzelfde uur terug. Het zijn de vaklessen. Sommigen worden door de eigen klassenleerkracht gegeven, anderen door aparte vakleerkrachten. Bij enkele vakken staan we even stil.

Engels en Duits
Engels en Duits leren de kinderen bij ons vanaf de 1e klas. Dat gebeurt eerst spelenderwijs zoals het kind zich de moedertaal eigen maakt. Vooral door te luisteren naar de klanken en het ritme van de woorden van verhaaltjes, door liedjes te zingen, vingerspelletjes en toneelstukjes te doen en versjes op te zeggen. Eenvoudige dialogen worden gevoerd als een soort ritueel dat steeds weer herhaald wordt. Grammatica, lezen en schrijven worden vanaf de 4e klas toegevoegd. Tegen die tijd zijn de kinderen in staat zich in bepaalde eenvoudige situaties in de vreemde taal uit te drukken. Zij oefenen dat in toneelstukjes.

Vormtekenen
Vormtekenen doet een beroep op de vormkrachten van het kind, die zich fysiek uiten in de beheersing van de fijne motoriek. De te tekenen vormen hebben een zekere wetmatigheid. Het is belangrijk tijdens het tekenen te kunnen corrigeren. Het vormtekenen begint in de 1e klas met het op talloze manieren op papier zetten van rechte en kromme lijnen. Dan gesloten figuren zoals cirkels, driehoeken en vierkanten waardoor ‘binnen-‘ en ‘buitenwereld’ van elkaar gescheiden worden. Dat kan het kind dan ook innerlijk beleven.

Later volgen spiralen die van binnen naar buiten of van buiten naar binnen wikkelen, waardoor weer een verbinding ontstaat. Vormen kunnen met elkaar ‘spelen’ en zo van vorm veranderen. Er komt steeds meer bij, zoals symmetrie in de 2e klas, vlechtmotieven in de 4e klas, de vormentaal uit oude cultuurperioden in de 5e klas en in de 6e klas ingewikkelde geometrische figuren en perspectief tekenen.

Euritmie
Euritmie is een bewegingskunst die in de vrijeschool pedagogisch wordt toegepast. Doel van het euritmisch bewegen op muziek, gedichten of gereciteerde teksten is, dat het kind niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk in beweging komt. Bij het jongere kind bevordert euritmie mede de motorische ontwikkeling; in de hogere klassen wordt het sociale aspect in de euritmie nadrukkelijk nagestreefd.
Vanaf de 3e klas wordt er gymnastiek gegeven. In de lagere klassen komt veel bewegen en motorische oefening vanzelfsprekend vaak aan bod.

Huiswerk
Op onze school wennen kinderen vanaf klas 4 geleidelijk aan het maken van huiswerk. Naast praktische oefening van de leerstof helpt dit een brug te slaan tussen school en thuis. Het wekelijkse huiswerk voor bijvoorbeeld vreemde talen en topografie draagt eveneens bij aan een soepel verlopende overstap naar het vervolgonderwijs. Daar wordt er immers vanuit gegaan dat je je huiswerk kunt plannen. In de 6e klas oefenen de kinderen het gebruik van een agenda. Ook wisselen ze ervaringen uit, hoe je kunt leren.

Vrije School Utrecht

Hiëronymusplantsoen 3
3512 KV Utrecht
T 030 - 231 92 09
E info@vrijeschoolutrecht.nl

Route & contact

Klik op de kaart voor de route naar de drie locaties